De Limburgse auteur Roger Rutten bracht met ‘Oorlog & Zwijgen. Kinderen van verzetsmensen vertellen’ een vervolg op zijn twee eerdere uitstekende boeken over dit thema. Rutten brengt het verhaal van de verzetsstrijders en hun kinderen. Dit boek komt net op tijd, op een ogenblik dat de laatste verzetsstrijders stilaan buiten strijd geraken en op een ogenblik dat sommigen er openlijk voor pleiten om alles te vergeten.

Volgens Rutten hebben veel verzetsstrijders jarenlang gezwegen over wat ze meemaakten omdat deze ervaringen te traumatisch waren of om hun nakomelingen niet te moeten confronteren met deze zwarte bladzijden. Maar Rutten heeft gelijk als hij een oproep doet aan die verzetsstrijders die nog leven om hun verhaal wel te doen.

Om de verschrikkingen van Wereldoorlog Twee nooit te laten vervagen en om de heldhaftige inzet van de verzetsstrijders naar waarde te kunnen schatten, is het van groot belang dat ze hun verhaal doen. Het boek van Rutten toont hoe tientallen gewone werkenden en hun gezinnen de strijd aangingen tegen het nazisme.

Dit boek is een logisch vervolg op ’ Wit & zwart. Verzet en collaboratie in een Vlaams dorp’ en ‘Van Genk tot Mauthausen. Opmerkelijk verzet en collaboratie in Vlaanderen’. Bij het opzoekingswerk voor die boeken kwam de auteur in contact met heel wat nabestaanden en kinderen van verzetsstrijders. Bovendien zorgden de nieuwe boeken over het verzet in Limburg voor een hernieuwde discussie.

Een discussie over het oorlogsverleden is belangrijk om een zicht te hebben op de strijd van de verzetshelden en om er zeker van te zijn dat we nooit zullen vergeten wat de nazi’s en hun collaborateurs hebben aangericht. Het boek van Rutten brengt tientallen getuigenissen met een rode draad: de enorme solidariteit onder gewone arbeiders en hun gezinnen. Het gaat om herkenbare mensen in een herkenbare omgeving en met een herkenbare inzet en solidariteit. Dat is een belangrijk argument tegenover diegenen die vandaag doen alsof het verzet bestond uit een zootje ongeregeld terwijl de collaborateurs die na de oorlog werden vervolgd de echte slachtoffers zouden zijn.

Diegenen die er vandaag voor pleiten om te vergeten en te vergeven, gaan er aan voorbij dat de nabestaanden van slachtoffers en/of verzetsstrijders niet de luxe hebben om zomaar te vergeten. Het is pas de laatste jaren dat sommige van deze verzetsstrijders hun verhaal durven doen, jarenlang hebben ze stilzwijgend met hun trauma’s geleefd omdat ze hun omgeving er niet ‘lastig’ mee wilden vallen of om de ‘vrede’ te bewaren. Hopelijk vormt het boek van Rutten ook voor anderen een aanzet om het oorlogsverhaal publiek te brengen.

‘Oorlog & zwijgen’ brengt ook een concreet voorstel. Er wordt een oproep gedaan om een monument voor het verzet op te richten en straten naar verzetsstrijders te noemen. “Zolang er geen gerechtigheid geschiedt aan de vele getraumatiseerde (nabestaanden van) verzetsstrijders, kan dat dossier niet afgesloten worden.” Zwijgen is geen optie, zoniet overheerst de stem van diegenen die nog steeds naar de collaboratie verwijzen. Roger Rutten heeft met dit boek een stem en een gezicht gegeven aan de vele gewone mensen die zich actief hebben verzet tegen het fascisme.