24 november 1991. Een jonge Filip Dewinter houdt een bokshandschoen in de lucht voor juichende aanhangers. Zijn Vlaams Blok werd de grootste partij in Antwerpen en haalde in Vlaanderen voor het eerst 10%. Van 3 federale zetels groeide het Blok tot 17 verkozenen (12 in de Kamer, 5 in de Senaat). Meteen werd gesproken over een ‘zwarte zondag.’ De schok was groot. Jongeren en werkenden protesteerden op straat tegen racisme en extreemrechts.

Extreemrechtse doorbraak leidt tot antifascistisch protest

De doorbraak van het Vlaams Blok gebeurde in een context van aftakelend vertrouwen in de traditionele partijen. Vanaf begin jaren 1980 zorgde een neoliberaal besparingsbeleid voor een dalende levensstandaard voor een belangrijk deel van de bevolking. Dit werd nog versterkt na de val van de Berlijnse Muur en het bijhorende neoliberale ideologische offensief. Het was niet verwonderlijk dat de afkeer tegen de traditionele partijen, in het bijzonder de socialisten die geacht werden voor de werkenden op te komen, zo hard toenam. Net als het FN in Frankrijk kon het Vlaams Blok in ons land scoren. Tegelijk was er in Oost-Duitsland een forse toename van racistisch geweld met 3 doden en 449 gewonden bij 1.300 geregistreerde gevallen in 1991.

Dit leidde meteen tot heel wat protest. Jongeren en werkenden wilden hun afkeer tegenover het toenemende racisme en bijhorend geweld tonen. Er waren grote nationale betogingen, maar vooral ook tientallen lokale acties. Er werd geprotesteerd tegen heel wat lokale meetings van het Vlaams Blok. In de zomer van 1991 werd Blokbuster opgezet door de marxisten die vandaag LSP vormen. Het doel was de woede van jongeren tegen racisme en fascisme organiseren en de discussie over antwoorden voeren. Dit gebeurde met slogans als ‘Jobs, geen racisme’ en ’32-urenweek zonder loonverlies’, eisen die wezen op de voedingsbodem van extreemrechts en daar een sociaal antwoord op boden. Er waren al gauw een 50-tal comités van Blokbuster met samen enkele duizenden jonge antifascisten.

Blokbuster nam initiatief om het protest Europees te organiseren, onder meer na de schok door het dodelijk racistisch geweld tegen asielzoekers in het Duitse Rostock. Op 24 oktober 1992, een jaar na de zwarte zondag, betoogden 40.000 jongeren en werkenden in een Europese betoging tegen racisme. Een jaar later volgde een nieuwe jongerenmars voor werk, in navolging van de vorige grote jongerenbetogingen in ons land in 1982 en 1984. Ondertussen waren er elk jaar op 24 november scholieren- en studentenstakingen tegen extreemrechts en tegen racisme. Veel van de jongeren die in de jaren 1990 actief waren tegen het Vlaams Blok zouden nadien op de werkvloer actief worden als delegee.

Gelijkenissen en verschillen tussen 1991 en vandaag

Op 26 mei was er een nieuwe zwarte zondag. Het Vlaams Belang dat vanaf de eerste verkiezingsachteruitgang in 2006 werd afgeschreven, kwam op spectaculaire wijze terug. Diegenen die dachten dat de groei van N-VA als bijwerking had dat extreemrechts van tafel werd geveegd, hadden ongelijk. Het onpopulaire asociale beleid van de N-VA-regering maakte dat die partij steeds meer nadruk legde op stoere taal en repressieve maatregelen tegen vluchtelingen. Het heeft racisme aanvaardbaarder gemaakt, waar het Vlaams Belang gebruik van maakt. Daarnaast speelt het VB in op het ongenoegen tegenover het gevoerde beleid onder N-VA-bewind.

Er zijn belangrijke verschillen tussen de zwarte zondag vandaag en die van 1991. Nu haalt het Vlaams Belang een hogere score dan het Vlaams Blok toen. Waar het Blok vooral een stedelijk fenomeen was, zijn de hoogste resultaten nu eerder in voorstedelijk gebied en op het platteland behaald. Het Vlaams Belang is niet langer een nieuw fenomeen: in 2004 haalde de partij tot 24% van de stemmen. In vergelijking met 1991 is de autoriteit van de traditionele partijen en alle gevestigde instellingen nog verder ondermijnd. Nog een verschil met 1991: vandaag zit radicaal links in het parlement waardoor het officiële debat niet beperkt wordt tot ‘gevestigde partijen versus extreemrechts’. Met een parlementaire aanwezigheid en sterke positie in de arbeidersbeweging kan de PVDA een belangrijke bijdrage leveren aan actief verzet tegen het besparingsbeleid en tegen extreemrechts.

Er zijn ook gelijkenissen met de situatie van de jaren 1990. Veel jongeren maakten het Vlaams Belang nog niet mee als reële bedreiging na meer dan 10 jaar van afkalving van extreemrechts. Zij zijn geschokt door de doorbraak van het VB en het feit dat organisatoren van neonazistische, racistische, seksistische en homofobe chatgroepen voortaan in het parlement zetelen. De groei van het VB gaat net als begin jaren 1990 gepaard met een groter aantal onaanvaardbare uitspraken, intimidatie en racistisch geweld. Heel wat jongeren en werkenden willen daartegen reageren. Dat is belangrijk: mobilisatie beperkt de ruimte van extreemrechts op straat. Tegelijk biedt het de mogelijkheid om de discussie te voeren over onze antwoorden op de voedingsbodem voor extreemrechts. Deze benadering verdedigde Blokbuster in de antiracistische beweging van de jaren 1990 en werd levendig gehouden in de periode dat extreemrechts minder als een concrete bedreiging werd ervaren. Vandaag bouwen we daarop verder.