Betoging tegen Schild en Vrienden eind september in Gent. Foto: Liesbeth

“De oude wereld ligt op sterven. De nieuwe wereld laat nog op zich wachten. En in deze schemerzone ontstaan monsters.” Zo omschreef de Italiaanse marxist Antonio Gramsci de crisis van het kapitalisme honderd jaar geleden. Het past bij de huidige situatie: de autoriteit van alle instellingen raakt steeds verder ondermijnd, dit leidt tot politieke crisissen waarin monsters als Salvini, Trump of Bolsonaro opstaan. Waar komen deze extreemrechtse figuren vandaan, wat is hun kracht en hoe kunnen we hen bestrijden?

Artikel door Geert Cool uit maandblad ‘De Linkse Socialist’

Systeem in crisis

Tien jaar na de grote recessie kende het kapitalisme een zeker herstel, voornamelijk op basis van middelen die door overheden in de economie gepompt werden. Het heeft geleid tot een verdere verdieping van de kloof tussen arm en rijk: een kleine toplaag ging met het ‘herstel’ lopen, terwijl de overgrote meerderheid van de bevolking onder het besparingsbeleid gebukt ging. Bovendien dreigen nu opnieuw donkere wolken boven de wereldeconomie.

Het kapitalisme slaagt er steeds minder in om de indruk te wekken dat alles beter wordt en wij er met zijn allen op vooruitgaan. Tegen deze achtergrond staat het vertrouwen in het systeem en alles wat ermee geassocieerd wordt op een dieptepunt. Alle gevestigde instellingen- politieke partijen, het gerecht, de massamedia, … – ondervinden dit in verschillende gradaties.

Een systeem in crisis brengt de bijhorende politieke leiding voort. Politieke formaties die decennialang bestuurd hebben, maken plaats voor nieuwere en instabielere krachten. Voor het establishment is dat een probleem: met die oude partijen verdwijnt ook know-how om de belangen van de heersende klasse te dienen, terwijl nieuwe figuren als Trump onberekenbaar zijn.

De aftakeling van de traditionele partijen gebeurt soms aan een duizelingwekkend tempo. Kijk naar het sociaaldemocratische PASOK in Griekenland: tien jaar geleden was dit een betrouwbare factor voor de kapitalisten en kon de partij met 44% een regering vormen, vandaag is PASOK opgegaan in een ‘brede’ centrumlinkse alliantie die in alle peilingen onder de 10% blijft. Dat is natuurlijk een extreem voorbeeld, maar ook bij ons is er een geleidelijke Pasokificatie van de traditionele partijen. Eén voorbeeld: in oktober haalden de drie traditionele partijen (CD&V, VLD en SP.a) in het Antwerpse district Deurne samen net geen 20%.

Klassenstrijd

De autoriteit van de instellingen van het establishment verdwijnt, maar dit betekent niet automatisch dat er een einde komt aan alle vooroordelen waarop het bewind van de elite gebaseerd is. De afgelopen decennia was er een sterke individualisering: niets was nog een maatschappelijk probleem, we werden allemaal individuen (die naar exact dezelfde inhoudsloze televisieprogramma’s kijken en inkopen doen bij dezelfde ketens in quasi identieke winkelstraten). Dat was onderdeel van het neoliberale dogma dat er niet zoiets als een samenleving bestaat.

Dit dogma moet ons laten geloven dat we als werkende klasse geen specifieke plaats in de samenleving innemen en vooral dat er niet zoiets als klassenstrijd bestaat. Wie zijn tegenstander kan laten geloven dat er geen strijd is, kan die gemakkelijker winnen. Zoals miljardair Warren Buffet in 2005 opmerkte: “Er is uiteraard een klassenstrijd, maar het is mijn klasse, die van de rijken, die de strijd voert. En we zijn aan het winnen.” Geholpen door de nederlagen van de arbeidersklasse in de jaren 1990 kwamen de kapitalisten hier mee weg. Zodra er voorzichtige pogingen zijn om terug te vechten, schreeuwen liberalen als Gwendolyn Rutten over “klassenhaat.” Enkel het stilzwijgend aanvaarden van de eenzijdig door kapitalisten gevoerde klassenoorlog is vanuit het liberale oogpunt ‘verzoenend.’

Bij afwezigheid van collectieve antwoorden vanuit de arbeidersbeweging zoeken veel mensen de reden voor hun dalende levensstandaard bij de komst van vluchtelingen, de rol van corrupte politici, … Daar spelen rechtse populisten op in, vaak met overweldigende resultaten in verkiezingen. Bolsonaro in Brazilië is er het meest recente voorbeeld van. Het falen van de officiële ‘linkerzijde’ onder Lula heeft de deur opengezet voor een monsterscore van Bolsonaro. We zullen daar niet op antwoorden door de reële tekorten en spanningen te negeren. Evenmin zal het gebeuren door vertrouwen te stellen in diegenen wier beleid ertoe geleid heeft. We moeten alternatieven vanuit de arbeidersbeweging verdedigen.

Verrechtsing?

Bij de aankondiging van de nieuwe coalitie van SP.a en PVDA in Zelzate verklaarde PVDA-schepen Geert Asman: “In een klimaat van verrechtsing, waarbij rechts en extreemrechts vooruitgaan, slagen we erin om in Zelzate als linkse partij een dam op te werken tegen rechts.” Dit horen we wel meer, ook in vakbondskringen wordt wel eens gesproken over een klimaat van verrechtsing. Het is echter geen volledig of correct beeld: rechts en extreemrechts scoren door het afwijzen van de bestaande partijen, niet door een groeiende steun voor een rechts beleid van cadeaus aan de grote bedrijven en aanvallen op de sociale zekerheid. Bovendien maakt collectieve strijd het moeilijker voor rechts. Dit zagen we ook in Vlaanderen bij de gemeenteraadsverkiezingen: globaal verloor rechts terrein.

In de VS waren er in 2018 meer stakingen dan in de voorgaande jaren. De Braziliaanse kiezers stemden voor propere handen en een sterke man, maar zijn gekant tegen aanvallen op de pensioenen of privatiseringen. Er is geen actieve steun voor een uiterst rechts beleid van harde neoliberale maatregelen gekoppeld aan autoritair bewind. Dat maakt het voor extreemrechtse politici nodig om haat en vooroordelen tegen vluchtelingen te stimuleren of om de hypocrisie en beperkingen van gevestigde politici te benadrukken. Daar kunnen ze mee scoren, met hun eigen asociale agenda is dat veel moeilijker.

Sommigen omschrijven Bolsonaro of Trump ten onrechte als fascisten. Niet dat we eraan twijfelen waar Trump en Bolsonaro in de jaren 1930 politiek zouden gestaan hebben… Maar hen nu als fascist bestempelen gaat voorbij aan de afwezigheid van een actieve massabasis die bereid is om op gewelddadige wijze een fascistisch beleid op te leggen. Fascistische groepen voelen zich gesterkt door die rechtse politici, maar als ze offensiever naar buiten komen, leidt het al gauw tot massamobilisaties die hen terug in het isolement dwingen. We zagen dit met alt-right na het geweld op een betoging in Charlottesville in de zomer van 2017. Het fascisme in Italië of nazi-Duitsland was in staat om een einde te maken aan arbeidersorganisaties. Vandaag is dat niet aan de orde van de dag, er is integendeel in de VS net een opgaande fase van arbeidersstrijd. Waar extreemrechts te ver gaat, vervult het eerder de functie van de zweep van de contrarevolutie die massabewegingen opwekt. We moeten daar uiteraard niet op wachten om de strijd tegen extreemrechts en de voedingsbodem ervan te organiseren.

Hoe kunnen we extreemrechts stoppen?

In de tussentijdse verkiezingen in de VS hield Trump min of meer stand, hij had meer kunnen verliezen en kon de Senaat behouden door de zetelverdeling die in Republikeins voordeel is. De belangrijkste troef van Trump is het gebrek aan vertrouwen in de belangrijkste oppositiepartij: de Democraten. Dat zien we met heel wat rechts-populistische krachten: hun sterkte wordt vooral bepaald door de zwakte van de tegenstanders. Als het alternatief moet komen van de gevestigde partijen die hun laatste restjes autoriteit verliezen, dan kunnen extreemrechtse en populistische krachten langere tijd standhouden. Het gebrek aan massale actieve basis zorgt echter voor een ingebouwde instabiliteit.

Het politieke terrein is geen monopolie van de rechterzijde. Zelfs indien het ons aangeleerd wordt om politiek aan de experten over te laten, betreedt de arbeidersklasse wel degelijk het politieke terrein. Dit gebeurt zowel op syndicaal als politiek vlak. De afgelopen jaren was er een opkomst van nieuwe linkse formaties in heel Europa en de VS. Het is een uitdrukking van een zoektocht naar alternatieven, waarbij zeker in de context van toenemende sociale strijd meer naar links wordt gekeken. Doorheen acties leren we sneller dat we samen sterker staan, wie onze bondgenoten en wie onze vijanden zijn. Een probleem is evenwel dat veel nieuwe linkse formaties nog getekend zijn door de erfenis van het neoliberale ideologische offensief na de val van het stalinisme. Hierdoor ontbreekt het vaak aan vertrouwen in de capaciteit van de arbeidersklasse om offensief en gedurfd op te komen voor een andere samenleving. Waar links op een gedurfde en collectieve wijze met een socialistisch programma in het offensief gaat, heeft rechts het moeilijk. Er is echter nog werk om onze strijdmethoden en programma te verfijnen. LSP speelt daar een actieve en noodzakelijke rol in.

Extreemrechts stelt zich voor als iets nieuw, radicaal en buiten het systeem. Zo kan het inspelen op ongenoegen onder de bevolking. Nochtans staat het voor het verderzetten en opvoeren van de huidige orde en de chaos ervan. Het is de consequente linkerzijde die de werkenden en armen in het algemeen een nieuw, radicaal, strijdbaar instrument moet aanbieden op basis van de ideeën van gelijkheid, solidariteit, democratie en socialisme.