Antifascistische betoging gisteren

De ‘Mars tegen Marrakech’ domineerde een week lang de gevestigde media. Toch klaagde extreemrechts in alle media over een gebrek aan spreektijd en aandacht. Met enkele duizenden aanwezigen bleef deze mars een pak kleiner dan zowat elke ernstige vakbondsmobilisatie, maar tegelijk was het de grootste extreemrechtse actie in Brussel sinds decennia. Die pluim mag Theo Francken op zijn hoed steken. De politie sprak van 5.500 betogers en 1.000 tegenbetogers. De extreemrechtse haatmars eindigde met rellen en arrestaties.

De politieke instabiliteit biedt ruimte voor extreemrechts. De N-VA-positionering tegen vluchtelingen is de afgelopen jaren stelselmatig harder geworden, tot op een punt dat online campagnes zo uit de koker van Filip Dewinter konden komen. Het verzet van N-VA tegen het niet-bindend en bijzonder vage Migratiepact plaatste het thema van migratie centraal in het debat. N-VA doet dit bewust: zo moet het niet gaan over het asociale beleid waar het de grootste voortrekker van is. Dat beleid leidt tot het toenemende ongenoegen rond de stijgende prijzen en de dalende koopkracht. De aandacht hiervan afleiden is waar N-VA mee bezig is en wat extreemrechts extra ruimte biedt.

De mobilisatie van extreemrechts voor de ‘Mars tegen Marrakech’ was de grootste sinds jaren. N-VA heeft extreemrechts duidelijk niet gestopt, integendeel! Het Vlaams Belang nam graag mee het voortouw, zelfs indien bredere lagen in de mars een steun aan Theo Francken zagen. Dat de mars werd opgezet door Schild & Vrienden was voor het Vlaams Belang geen probleem: die neonazi’s zijn welkom bij het VB. Het neonazisme van Van Langenhove en co dat open en bloot werd uitgesmeerd in de Pano-reportage van september wordt vergoelijkt als ‘jeugdzonde’ of als manipulatie door de media. Extreemrechts maakte gebruik van het N-VA-verzet tegen het Migratiepact om zichzelf terug op de voorgrond te plaatsen. Dit zette tegelijk ook druk op N-VA met Francken die de actie openlijk steunde, terwijl de N-VA toch afstand probeerde te bewaren. Een lokale N-VA-verantwoordelijke nam het woord, maar de kopstukken hielden zich ver verwijderd van de mars: deelname zou toekomstige regeringsdeelname moeilijk maken. De spreidstand van N-VA komt echter in de problemen: de steun van Francken voor de betoging geeft aan dat verzet tegen het fascisme van Schild & Vrienden niet essentieel is voor de partij. Dat vormt geen rode lijn.

Tegen de achtergrond van toenemende sociale tekorten en ongenoegen onder de werkenden en hun gezinnen, heeft de zondebokpolitiek tegen vluchtelingen en migranten een effect. We merken dit op de werkvloer, waar zelfs onder voorstanders van syndicale acties soms positief over Francken wordt gesproken. Dit is begrijpelijk: we worden elke dag langs alle mogelijke kanalen met de boodschap van Francken geconfronteerd. Het is bovendien een eenvoudige boodschap: gewone mensen gaan erop achteruit omdat vluchtelingen zogezegd met de middelen gaan lopen. Het is gemakkelijker om naar beneden te schoppen, dan om naar boven terug te vechten. De realiteit is dat er een enorme concentratie van rijkdom bij een kleine minderheid is, terwijl de overgrote meerderheid van de bevolking erop achteruit gaat. Wij moeten langer werken en zien onze levensstandaard dalen omdat de neoliberalen meer cadeaus uitdelen aan de superrijken. Onze koopkracht wordt niet door vluchtelingen ondermijnd, maar door de grote aandeelhouders en hun politieke marionetten (waaronder die van N-VA).

In Hongarije, het voorbeeldbeleid bij uitstek voor extreemrechts, wordt momenteel geprotesteerd tegen de ‘slavenwet’: werkenden moeten steeds slechtere arbeidsvoorwaarden aanvaarden. Orban wil dat iedereen tot 400 overuren per jaar kan verplicht worden, waarbij het loon hiervoor pas drie jaar later moet betaald worden. Deze asociale maatregel is geen gevolg van de komst van vluchtelingen, Hongarije laat er immers geen binnen. Het is het resultaat van het neoliberale beleid dat ook door extreemrechts wordt verdedigd. Het is tegen dit soort beleid dat het protest van de gele hesjes gericht is.

Op de antifascistische actie was er een belangrijke aanwezigheid van syndicalisten. Dat was bijzonder positief: de arbeidersbeweging is de enige die kan antwoorden op de voedingsbodem van extreemrechts. De mobilisatie van ongeveer 2.000 antifascisten op korte termijn was goed, maar we waren met minder dan extreemrechts. De tradities van verzet tegen het Vlaams Belang in Vlaanderen stonden de voorbije jaren onder druk. Met Blokbuster stonden we er meermaals alleen voor om strijdbare antifascistische betogingen te organiseren. Voor de antifascistische betoging van 16 december waren er complicaties: examens voor jongeren en de focus van syndicalisten op de actiedag van 14 december. Volgende mobilisaties zullen echter nodig zijn: extreemrechts putte zelfvertrouwen uit de ‘Mars tegen Marrakech’ en zal verder gaan, waarbij geweld tegen andersdenkenden en syndicalisten waarschijnlijk is. De extreemrechtse mars in Brussel eindigde reeds met rellen en geweld.

Vorig jaar was het onzeker of de extreemrechtse studenten van NSV nog zouden proberen om in een studentenstad te betogen. Gesteund door Schild & Vrienden gebeurde dat toch in Gent. Waarschijnlijk zullen extreemrechtse studenten proberen om de alliantie van afgelopen zondag verder te zetten. Een NSV-betoging in Leuven in maart behoort bijgevolg tot de mogelijkheden. Laten we niet wachten om de campagne voor een antifascistische betoging nu al op te starten!

We zullen het antifascistisch verzet ernstig moeten organiseren. Dat kan het beste door nu al stappen te zetten: in syndicale kringen de discussie aangaan om mobilisaties mee te dragen, jongeren bijeenbrengen en organiseren, het lanceren van een actie-oproep. Racisme en alles wat ons verdeelt verzwakt onze positie in de strijd tegen het asociaal beleid. We mogen deze discussie niet uit de weg gaan, maar moeten met de arbeidersbeweging antwoorden bieden op kwesties als migratie. We zijn daar overigens goed voor gepositioneerd: niet onze solidariteit maar hun neoliberaal beleid leidt wereldwijd tot ellende en oorlog, waardoor mensen geen andere optie zien dan vluchten. Er is nood aan instrumenten als pamfletten en vormingen waarmee syndicalisten sterker staan in discussies over racisme en waarmee de basis kan gelegd worden voor grotere mobilisaties tegen extreemrechts.

Het beste antwoord op extreemrechts is een offensieve strijd van de arbeidersbeweging voor een betere levensstandaard en een plan van massale publieke investeringen in infrastructuur en openbare diensten. Daarmee wordt de voedingsbodem voor racisme en extreemrechts weggenomen. Tegelijk moeten we onze krachten bewust organiseren in antifascistisch verzet: een versterking van extreemrechts is een obstakel in onze strijd voor een alternatief op de ellende en ongelijkheid van het kapitalisme.

Een grote solidariteitsmars, mee gedragen door de vakbonden, zou een goede opstap zijn om antifascisten te organiseren en voor te bereiden op komende acties. Door met zo’n mars eisen te verdedigen zoals betere jobs, hogere lonen, meer openbare diensten, … kunnen we sociale thema’s centraal stellen. Met eisen zoals een hoger minimumloon (14 euro per uur), minimumpensioen van 1.500 euro (en pensioen aan 75% van het laatste loon), herstel van de volledige index, massaal plan van publieke investeringen in openbare diensten, … kunnen we ongetwijfeld ook heel wat collega’s en kennissen overtuigen die vandaag soms openstaan voor de verdelende propaganda van rechts en extreemrechts.

Foto’s van de antifascistische betoging door Liesbeth:
Betoging tegen extreemrechts // Liesbeth