Een grote verrassing was het niet: nadat N-VA intensief gebruik maakte van racistische vooroordelen tegen migranten en vluchtelingen om de aandacht van sociale thema’s af te leiden, kon het Vlaams Belang een deel van het eerder geleden verlies goedmaken. In de grote steden komt het VB er niet aan te pas, zelfs in het historische bastion Antwerpen ging Filip Dewinter amper vooruit. De resultaten zitten nog een pak onder die van 2006. Maar in enkele gemeenten in de Antwerpse rand en vooral in de Denderstreek scoorde het Vlaams Belang een zwarte zondag.

De meeste aandacht trok het resultaat in Ninove waar de weinig subtiele Guy D’Haeseleer met zijn Forza Ninove maar liefst 40% van de stemmen haalde. Dat was geen geïsoleerd gegeven: ook in Denderleeuw en Aalst scoorde het Vlaams Belang. Die score in de Denderstreek is geen toeval. In de regio zijn er al langer sociale tekorten en deze worden verder op de spits gedreven door de komst van heel wat inwijkelingen die de onbetaalbare huurprijzen in Brussel ontvluchten. Het beleid van citymarketing en uitrollen van de rode loper voor allerhande vastgoedpromotoren maakt wonen in de grote steden onbetaalbaar. Dit leidt tot sociale verdringing, maar het lost de problemen niet op. De neerbuigendheid van de gevestigde politici tegenover de bevolking van Ninove is misplaatst. Als extreemrechts daar zo kon scoren, is het de keerzijde van hun eigen neoliberaal beleid.

Na de ‘zwarte zondag’ van 24 november 1991 – de eerste grote doorbraak van het Vlaams Blok in heel Vlaanderen – werd massaal geprotesteerd, vooral door jongeren. Het protest maakte het voor de gevestigde partijen moeilijk om met extreemrechts samen te werken. Het ‘cordon sanitaire’ was geboren: de beslissing om geen coalities met het VB te vormen. Dit biedt geen antwoord op de voedingsbodem van extreemrechts, is symptoombestrijding maar geen fundamentele oplossing. Het feit dat het VB niet aan de macht kan deelnemen, zorgt er intussen voor dat de partij haar racistische verdeeldheid niet vanuit een bestuursfunctie kan verspreiden. De voorbije jaren stond de antiracistische beweging zwakker, Blokbuster stond vaak alleen op straat te protesteren. Het is dan ook geen toeval dat de gevestigde partijen aftasten hoe ver ze het cordon sanitaire kunnen neerhalen.

Na de verkiezingen raakte bekend dat CD&V in Lede met het Vlaams Belang had onderhandeld en op aangeven van de nationale partijleiding als voorwaarde tot samenwerking had geëist dat het VB onder een andere naam opkwam. Samen haalden ze geen meerderheid waardoor de kwestie van de agenda was. In Grimbergen is er een coalitie gevormd tussen N-VA, Open VLD en een lokale lijst die uit het VB voortkomt. Bart Laeremans brak met het VB, maar enkele verkozenen op zijn lijst zijn nog steeds bij het VB actief. Eén van hen werkt zelfs voor de partij.

In Ninove is het onwaarschijnlijk dat een gevestigde partij in zee gaat met Forza Ninove. Daarvoor is Guy D’Haeseleer een te aangebrand figuur. Zijn chocomousse-afbeelding – zogezegd ‘grappig’ bedoeld, alsof racisme grappig kan zijn – was zelfs voor N-VA te ranzig. Na een periode van lokale politieke crisis kan het tot een monsterverbond tegen Forza Ninove komen. Maar daarmee is de voedingsbodem voor extreemrechts niet weggenomen. Dat kan enkel met een beleid dat radicaal breekt met de besparingen en de sociale polarisatie die eruit volgt.