Velen vragen zich na de Pano-reportage over Schild en Vrienden af hoe dit mogelijk is. Hoe kon een dergelijke groep gedijen en zich nestelen in instellingen als de universiteitsraden of jongerenadviesraden?

door Els Deschoemacker, voormalig coördinator nationale stuurgroep Blokbuster in de jaren 1990

De verklaring vindt men in het racistische klimaat dat al veel jaren opgeklopt wordt. Daarbij worden telkens weer nieuwe grenzen overschreden in het demoniseren van vluchtelingen en migranten. Als we het toestaan, gaat een racistisch en anti-migrantendiscours tot het nieuwe normaal behoren.

Alle traditionele politici hebben boter op het hoofd, net als de massamedia die de spreekbuis geworden zijn voor rechts en nog rechtser. Zonder verpinken gaat de regering-Michel, de N-VA op kop, verder dan gelijk welke vorige. Meer dan haar voorgangers beroept ze zich op een retoriek van verdeel-en-heers. Om zich van een sociale basis te verzekeren, neemt ze niet de besparingslogica, die ze met de grootste verbetenheid blijft doorduwen, maar de zwakste maatschappelijke groepen in haar vizier. Wie op de vlucht is voor oorlog, geweld, politieke vervolging en extreme armoede, wordt verantwoordelijk gemaakt voor de sociale malaise die de besparingen veroorzaken.

Extreemrechts gedijt in een sociale woestijn – lessen uit de jaren ‘90

Een gelijkaardige periode deed zich begin jaren ’90 voor. Toen kregen de sociaaldemocratie en de communistische partijen, de traditionele politieke partijen van de werkende bevolking, grote klappen. Ze verlieten het socialistische gedachtengoed en elke verwijzing naar klassenstrijd. Het is het begin van het openlijk omarmen van de vrije markt. Met een sociaaldemocratische meerderheid drong de EU elk land in de Eurozone een budgettair keurslijf op, werden de sociale uitgaven drastisch ingeperkt en was er een golf aan privatiseringen.

Vooral extreemrechts profiteerde van dit verraad aan wat de arbeidersbeweging gedurende decennia aan sociale verworvenheden had opgebouwd. Neofascistische groepen vonden ingang en kregen zelfvertrouwen om actief naar buiten te treden. Zoals vandaag mondde dit snel uit in gewelddaden in Oost-Duitsland, in Rostock en Solingen, waar vluchtelingencentra in brand werden gestoken. Jongeren uit achtergestelde wijken werden op sleeptouw genomen voor radicale actie tegen “massamigratie.”

Het deed de wereld opschrikken en creëerde de eerste massale jongerenbeweging na de val van de muur. Het bracht een antiracistische mobilisatie op gang, vele malen sterker dan wat racisten toen ooit op de been kregen.

In de zomer van 1991, enkele maanden voor zwarte zondag, lagen de voorlopers van LSP aan de basis van de antiracismecampagne Blokbuster, die vandaag nog actief is. Een jaar later werd het internationale YRE (Youth against Racism in Europe) opgezet, dat in oktober 1992 in Brussel een internationale mars tegen racisme hield met 40.000 deelnemers.

Blokbuster werd het instrument voor hoofdzakelijk jongeren om in hun scholen, wijken, jeugdhuizen, … de discussie aan te gaan, racisme niet te tolereren, de publieke ruimte terug op te eisen, … en de opmars van het Vlaams Blok af te remmen. Er volgde een periode van kleine en grotere mobilisaties, acties op school en scholierenstakingen, ludieke en minder ludieke acties waarbij altijd geprotesteerd werd tegen meetings en betogingen van extreemrechts, en deze soms, afhankelijk van de krachtsverhoudingen, niet konden doorgaan.

Electoraal kon de antiracismebeweging het Vlaams Blok niet stoppen, maar het bemoeilijkte de toegang van extreemrechts tot de straat en de jongeren in het bijzonder en het zette de traditionele politici onder druk om er vooral niet mee in coalitie te gaan. Het leidde tot het cordon sanitaire, nog steeds in voege, en een proces met veroordeling van het Vlaams Blok voor aanzetten tot racisme, haat en geweld. De partij werd verboden, maar herrees als Vlaams Belang. Datzelfde jaar behaalde ze haar sterkste electorale score ooit: 24,2% in Vlaanderen.

Jobs, geen racisme

Dit is een belangrijk les voor vandaag waarvoor wij toen al waarschuwden. De strijd tegen racisme moet gekoppeld worden aan een programma tegen sociale afbraak. Daarom hebben we ons ook altijd georiënteerd op de arbeidersbeweging en in het bijzonder de vakbonden.

Net als vandaag zette verdeel-en-heers toen de maatschappelijke toon. Een slogan van het Vlaams Blok was “500.000 werklozen, 500.000 migranten.” Niet zozeer vluchtelingen, maar wie hier kwam om te werken, werd in het vizier genomen. De snel toenemende werkloosheid zorgde voor competitie op de arbeidsmarkt. Onze slogan “Jobs geen racisme” had als doel een programma en benadering aan te reiken waarmee we niet enkel de overtuigden wilden bereiken, maar de sociale basis van extreemrechts, door die te betrekken in de sociale strijd. Met een moralistisch discours zou links de verloren stemmen aan rechts nooit kunnen terugwinnen, argumenteerden wij. Daarvoor was een antwoord op de materiële basis voor extreemrechts nodig.

Onder de arbeidersklasse heerste een gevoel van onzekerheid en verlatenheid. Het neoliberale ideologische offensief verengde maatschappelijke problemen steeds tot het individu. Het afbrokkelen van het sociaal netwerk in de armste wijken maakte deze groepen vatbaar voor de verdelende propaganda van extreemrechts.

Vandaag zijn die sociale spanningen niet verdwenen, integendeel. De crisis van tien jaar geleden heeft de sociale afbraak nog versneld. Niet toevallig zien we een nieuwe opflakkering van extreemrechts, met racistisch geweld in Chemnitz, maar ook de verkiezing van Trump in de VS, Salvini in Italië, de coalitie met extreemrechts in Oostenrijk, ….

Crisis van het kapitalisme zet maatschappijverandering op de agenda

Sinds de crisis van 2008 wordt een hele generatie jongeren geconfronteerd met de realiteit dat ze slechter af zullen zijn dan hun ouders. Het programma van antiracisten moet hen organiseren en de strijd tegen racisme koppelen aan die voor een andere maatschappij. Dit is de enige manier om het gras van onder de voeten van extreemrechts te maaien.

Dit is geen utopisch perspectief. De crisis van het kapitalisme zal onvermijdelijk de terugkeer inluiden van klassenstrijd en een hernieuwde interesse in socialistische ideeën. In enkele landen staat deze nieuwe generatie reeds op straat en neemt ze het voortouw in massaprotest. In Spanje, Ierland, de VS, Frankrijk, Groot-Brittannië, … krijgt de kapitalistische klasse te maken met een nieuwe gepolitiseerde en geradicaliseerde generatie die de breuk met het kapitalisme begint te maken. Die generatie begint haar stempel op de politieke agenda te drukken. Waar ze massaal in actie gaat, put ze vertrouwen en begint ze de heersende klasse uit te dagen. Het is een voorbode van wat zich ook in België zal ontwikkelen.

Het initiatief van de Actief Linkse Studenten en campagne ROSA voor een Student Walkout in Gent als reactie op S&V kan een belangrijke ontsteker zijn. Een juridische aanpak zal niet volstaan, net zo min als een moralistisch discours. De Walkout kan leiden tot antiracismecomités in de scholen, die extreemrechts bestrijden waar het de kop op steekt. Als jongeren het idee krijgen dat ze verandering kunnen afdwingen, zal niets hen nog tegenhouden. Door mobilisatie kunnen ze opnieuw tonen dat ze sterker staan. Maar een belangrijke les van de antiracismestrijd in de jaren ’90 is dat dit niet volstaat. Naast mobilisatie is een politiek antwoord vereist dat ingaat tegen het klimaat van racisme en discriminatie dat in de massamedia het grote woord voert. Het moet ook de strijd van jongeren verbinden met die van de hele werkende klasse via een programma van socialistische maatschappijverandering. Dat is de enige garantie om voor eens en altijd komaf te maken met een wereld waarin een kleine minderheid de meerderheid veroordeelt tot een strijd voor de door haar gecreëerde tekorten.