De publicatie van “12 regels voor het leven” en de aandacht voor schrijver Jordan Peterson versterken gevaarlijke oerconservatieve opvattingen. Peterson is een Canadese professor psychologie die de lieveling werd van alt-right, de ‘nieuwe’ vooral op het internet gebaseerde extreme rechterzijde.

door Ross Saunders

In een interview met Vice omschreef hij #MeToo als “schandalig activisme.” Hij stelt dat make-up “seksueel provocerend” is en dat vrouwen die over seksuele pesterijen klagen en tegelijk make-up dragen hypocriet zijn. Nieuw is dit niet: het legt de verantwoordelijkheid voor seksueel geweld bij de slachtoffers in plaats van bij de daders. De man stelde in een ander interview dat “abortus gewoon verkeerd is” en dat “trouwen” het alternatief op abortus is.

De meest schandalige uitspraak van Peterson is wellicht zijn reactie op moorden gepleegd door mannen die verbonden zijn met de vrouwenhatende online ‘Incel’ subcultuur. Incel staat voor ‘onvrijwillig celibatair’ en vertrekt van het seksistische uitgangspunt dat mannen recht hebben op seks met vrouwen. Er waren verschillende moorden door ‘incels’, onder meer Eliot Rodger in 2014 en in april van dit jaar nog in Toronto. In plaats van de vrouwenhaat en de vervreemding in de kapitalistische samenleving te veroordelen, stelt Peterson dat de samenleving “gedwongen monogamie” aan vrouwen moet opleggen zodat voldoende vrouwen kunnen voorzien worden voor misbruikende mannen.

Het boek probeert de loonkloof tussen mannen en vrouwen te rechtvaardigen met pseudowetenschappelijke stellingen alsof genderverschillen maken dat mannen beter geschikt zijn voor jobs die volgens Peterson hogere lonen verdienen.

Eigenlijk is het erg dat we dergelijke achterlijke ideeën niet zomaar kunnen negeren. De extreemrechtse ideologie is nog steeds marginaal. Maar als voortrekkers van de linkerzijde geen duidelijke weg vooruit aanbieden, kan de frustratie toenemen met ook verzet tegen nieuwe opkomende bewegingen van vrouwen, onderdrukte groepen en de arbeidersklasse in het algemeen. Peterson en co worden door een deel van het kapitalistische establishment op de reservebank gehouden om in een latere fase tegen de arbeidersbeweging ingezet te worden.

De interesse in het boek van Peterson zal al wie geen fan is verbazen. Het is immers vreselijk. Het boek blijft rond onderwerpen kronkelen met het ene cliché na het andere dat als vergeten wijsheid opgediept wordt. Peterson vult dit aan met verhalen van dromen die hij en zijn vrouw hadden en om de één of andere reden significant moeten zijn.

Het is geen toeval dat figuren als Peterson opduiken op een ogenblik dat het kapitalisme al een decennium in crisis zit en geen strategie heeft om uit de impasse te raken. Dit leidt tot enorme problemen voor de werkenden en jongeren in heel de wereld. De raad van Peterson is om dat te aanvaarden. Wie verder wil kijken naar de samenleving, krijgt als boodschap: “Breng orde in je eigen huis, voor je de wereld bekritiseert.”

Zijn libertaire kapitalistische idealen maken dat Peterson geen antwoorden heeft op de problemen van de samenleving, of het moet zijn dat individuen maar harder hun best moeten doen. “Recht je schouders” is de titel van één van de hoofdstukken. Dit zijn geen ideeën, maar een gebrek aan ideeën.