Enorme armoede in townships. Ongelijkheid leidt tot meer geweld in Zuid-Afrika. Extreemrechts klaagt enkel het geweld tegen blanke boeren aan en heeft al helemaal geen antwoord op de onderliggende ongelijkheid.

Donderdag 22 maart organiseert de extreemrechtse studentenvereniging NSV opnieuw haar jaarlijkse haatmars. Deze keer is Gent aan de beurt en werden de plaasmoorden als thema gekozen. Het thema is op zich niet belangrijk: het feit dat extreemrechts een haatmars wil houden, moet beantwoord worden. Maar ook de themakeuze is opmerkelijk. De NSV hoopt dat een verhoogde aandacht voor Zuid-Afrika binnen de alt-right beweging zijn doodbloedende betoging kan redden. Bovendien is het een thema waarop al jaren wordt ingezet door de neofascistische vrienden van Voorpost. Een relatief klein aantal moorden op blanke boeren wordt aangegrepen om het pro-apartheidsverleden nog eens van onder het stof te halen. Het is niet toevallig dat de NSV in 2014 zijn mars in Antwerpen afsloot door ‘Ons Vir Jou, Suid-Afrika’ aan te heffen.

Door Kenzo (Gent)

Plaasmoorden zijn moorden op blanke boeren in Zuid-Afrika. Het is een triest gegeven dat er plaasmoorden plaatsgrijpen. De NSV geeft echter geen reële verklaring voor die moorden en negeert achterliggende problemen die niet in hun politieke agenda passen. De boeren in kwestie zijn voormalig kolonisten van Zuid-Afrika. Hoewel ze maar 17% van de bevolking uitmaken, bezitten ze 80% van de grond. De 70 plaasmoorden per jaar zijn een kleine fractie van de 18.000 moorden die het land jaarlijks telt. Bovendien vinden ze plaats in een context van gigantische ongelijkheid. Zuid-Afrika is één van de meest ongelijke landen ter wereld, ongeveer de helft van de bevolking moet rondkomen met minder dan 2 dollar per dag. De kloof tussen arm en rijk valt daarenboven nog steeds grotendeels samen met een raciale verdeling. Slechts 7% van de witte bevolking is werkloos, terwijl dat bij de zwarte bevolking 40% is. Heel wat mensen werken niet met een officiëel arbeidscontract, maar proberen te overleven als straatverkoper of zelfs waterflesvuller. Deze context is voor NSV niet belangrijk, noch de 17.930 andere moorden die ieder jaar gebeuren. Zij zijn enkel geïnteresseerd in het gebruiken van die 70 plaasmoorden om een racistische agenda naar voor te schuiven met termen als ‘anti-blank racisme’. De apartheid is 25 jaar geleden officieel verdwenen, maar in de praktijk is de ongelijkheid gebleven.

De gigantische ongelijkheid in Zuid-Afrika is gebleven en versterkt door het neoliberale beleid van het Afrikaans Nationaal Congres (ANC) en haar partners van de ‘Communistische’ Partij (SACP) en vakbondsfederatie COSATU sinds het einde van de Apartheid voert. Deze drie organisaties waren de voornaamste strijdorganen in het gevecht tegen de Apartheid. Kort voor het einde van de Apartheid werden veel ANC-leden zoals Mandela uitgenodigd in de VS en in Europa. Daar werden de leden van het ANC overtuigd om hun sociaal programma te laten vallen voor een neoliberaal programma. Na het einde van de apartheid in 1991, in dezelfde periode van de val van de Sovjet-Unie, werd Mandela in 1994 verkozen tot de eerste zwarte president van Zuid-Afrika.

Maar er veranderde bijna niets aan de sociale en economische situatie van de zwarte bevolking. De regeringen privatiseerden de nutsvoorzieningen, flexibiliseerden de arbeid en bouwden quasi geen sociale zekerheid uit. Miljoenen mensen wonen in townships in golfplaten huisjes, waar ze continue te maken krijgen met de dreiging onteigend te worden en enkel toegang hebben tot stromend water via prepaid kaarten. Typisch aan de neoliberale aanpak van ongelijkheid is het zetten van quota. Zo kwam de regering met Black Economic Empowerment op de proppen. Raden van bestuur in privé en overheid moeten een verplicht aantal zwarten hebben en men tracht uit de topfuncties zoveel mogelijk blanken te verwijderen. Maar de nieuw gevormde zwarte burgerij gebruikt nog steeds hetzelfde economische systeem als de witte burgerij voorheen: het kapitalisme. Er is bijna geen enkele maatregel om de toestand van de zwarte bevolking te verbeteren. De heersende klasse in Zuid-Afrika bestaat uit miljonairs en corrupte politici die niet de belangen van de Afrikaanse arbeidersklasse maar hun eigen winstbelangen verdedigen. Dit werd overduidelijk toen in Marikana mijnwerkers van de Lonmin (een Britse multinational) platinummijn staakten en de politie, onder orders van Lonmin-aandeelhouder en ANC-minister Ramaphosa, het vuur opende. 34 stakers verloren toen het leven. Verdient men het om te sterven omdat je als mijnwerker een hoger loon eist? Dit terwijl de winsten van de kapitalisten en regeringsleiders steeds groter worden. Hier zwijgt de NSV uiteraard over, extreemrechts is immers enkel geïnteresseerd in de blanke slachtoffers van geweld. Het toont ook aan welke kant de regering in Zuid-Afrika staat: niet die van de blanken of de zwarten, maar van die van de belangen van de grote bedrijven en hun winsten.

Extreemrechts heeft geen oplossing voor de problemen in de Zuid-Afrikaanse staat. Liefst zou het terugkeren naar de apartheid met privileges die enkel voor de blanken gelden. Dat wordt al aangetoond door in een situatie van duizenden doden door geweld het protest te beperken tot “slegs vir blankes.”

Er stelt zich een probleem van ongelijkheid, ook inzake de enorme grondrijkdom van Zuid-Afrika. Die rijkdom moet onder controle van de werkenden komen in plaats van de kapitalisten, grootgrondbezitters en hun corrupte politieke marionetten. Enkel dan kan er begonnen worden met het investeren in publieke projecten, zoals de watervoorzieningen in Kaapstad (deze stad dreigt zonder water te vallen door het neoliberale wanbeleid), de bouw van sociale woningen en sociale zekerheden. De enige manier om de enorme criminaliteit- en moordcijfers in Zuid-Afrika te doen dalen, is door de ongelijkheid in het land aan te pakken. Om dit te verwezenlijken heeft de arbeidersklasse nood aan eigen strijdorganisaties. Hierbij steunen we met onze zusterpartij, de Workers’ and Socialist Party, de broodnodige oproep van de nieuwe vakbondsfederatie SAFTU voor het oprichten van een nieuwe massale arbeiderspartij. De situatie in Zuid-Afrika zal alleen maar slechter en slechter worden als de arbeidersklasse niet opstaat tegen zijn onderdrukkers: de burgerij en de westerse kapitalisten!

In onze strijd voor maatschappijverandering vormen haat en verdeeldheid een obstakel. Het ondermijnt de noodzakelijke eenheid van alle onderdrukten. Vandaar ook ons actief verzet tegen extreemrechts met onder meer een betoging tegen de haatmars van NSV op 22 maart. Met onze mars tegen racisme nemen we het op voor alle slachtoffers van kapitalisme en imperialisme. We komen op voor de miljoenen mensen die van honger sterven in een wereld waar vijf keer meer voedsel wordt geproduceerd dan nodig om iedereen te voeden. We komen op voor de burgerslachtoffers die in Afrin vallen als gevolg van de Turkse invasie in Noord-Syrië. We komen op voor de mensen die als slaaf in Libië leven nadat de EU lokale milities financierde om migranten tegen te houden. We komen op voor alle slachtoffers van het enorm ongelijke kapitalisme, niet slechts voor slachtoffers met een bepaalde huidskleur en economische machtspositie. Extreemrechts is hypocriet en wil vooral apartheid en racisme stimuleren. Tegenover die verdeeldheid plaatsen wij internationale solidariteit met werkenden, jongeren en onderdrukten.