oolse socialisten op de antifascistische
tegenbetoging van 11 november

Na Orban in Hongarije en de rechts-conservatieve regering in Polen, won in Tsjechië de rechts-populistische miljardair Andrej Babis de parlementsverkiezingen. Beelden van een extreemrechtse betoging in Polen met 60.000 aanwezigen schokten velen. Wat is het gevaar van extreemrechts in Oost-Europa en hoe zit het met het verzet ertegen? We spraken met Kacper van Alternatywa Socjalistyczna (Socialistisch Alternatief).

Interview door Clément (Luik)

De media berichtten dat er op 11 november, de Poolse onafhankelijkheidsdag, maar liefst 60.000 mensen deelnamen aan een betoging van extreemrechts. Wat is er aan de hand?

“Het cijfer is correct. Extreemrechtse organisaties, waaronder het fascistische Nationaal-Radicale Kamp (ONR), houden elk jaar een betoging op 11 november, de Poolse onafhankelijkheidsdag. Deze betogingen bestaan sedert 2010 en zijn massaal omdat nationalisme mainstream geworden is. Maar in tegenstelling tot wat de internationale media stelden, is het niet zo dat de betoging dit jaar een uitzonderlijk succes was voor extreemrechts. Het was niet de grootste 11 november-betoging.”

Vanwaar die massale aanwezigheid?

“Er is al enkele jaren een toename van nationalisme in Polen. De populariteit van nationalistische ideeën heeft verschillende oorzaken. Er is het karakter van het Poolse kapitalisme: de overgang van een geplande economie naar een markteconomie gebeurde zonder een sterke nationale kapitalistische klasse, veel sectoren zoals de automobiel, telecom of banken worden gedomineerd door buitenlands kapitaal. De werkende bevolking is het neoliberalisme beu en zoekt naar alternatieven. De populistische en nationalistische Partij voor Gerechtigheid en Orde (PiS) speelde daarop in en won de verkiezingen.

“Niet enkel de heersende PiS-partij speelt in op nationalisme. Er is sprake van een rechtse herschrijving van de geschiedenis met veel aandacht voor anti-semitische en anti-communistische guerrillabewegingen uit de jaren 1940, angst voor Rusland en een pro-militaristisch beleid. Dit was ook al het geval onder de ‘liberale’ regering.

“Een belangrijk element is dat de fascisten slechts een minderheid vormen op deze betogingen. Er zijn heel wat gewone mensen die aan de patriottische golf deelnemen vanuit een anti-vluchtelingengevoel. Er zitten ook heel wat jongeren tussen die vooral betrokken zijn bij voetbalhooliganisme.”

Hier en daar hoorden we iets over antiracistisch protest. Kan je daar iets meer over zeggen?

“Er was op 11 november een antifascistische en antikapitalistische betoging georganiseerd door de linkerzijde. Daarop waren er een paar duizend aanwezigen. Dat is veel minder dan op de extreemrechtse betoging, maar gezien de zwakke positie van de Poolse linkerzijde is het wel hoopgevend. Behalve grote mobilisaties zoals op 11 november zijn er ook lokale inspanningen om fascisten niet te laten betogen in kleinere steden, maar die acties verschillen sterk in kracht en karakter.”

Waren er grotere arbeidersorganisaties zoals vakbonden of linkse partijen actief betrokken in het protest?

“De nieuwe linkse reformistische partij Razem was aanwezig. Er was niet veel steun van de vakbonden, behalve van anarchosyndicalisten of ‘rode vakbonden.’ Maar in het verleden heeft de belangrijkste vakbondsfederatie, OPZZ (sociaaldemocratisch), zich wel uitgesproken tegen fascisme en xenofobie. Zeker in het syndicaal bastion van de lerarenvakbond is dat aanwezig. Het lijkt misschien paradoxaal, maar ook de woordvoerder van de politievakbond sprak zich uit tegen de fascisten.”

Wat is voor Socialistisch Alternatief de weg vooruit in de strijd tegen neofascisme?

“We moeten lokale mobilisaties opzetten tegen extreemrechts waarbij dit verbonden wordt met een sociaal programma dat vertrekt van de noden van de werkenden en armen. Een nieuwe kwestie waar we rekening mee moeten houden, is de massale migratie van Oekraïense arbeiders in Polen. Werkgevers gebruiken dit om te dreigen met sociale dumping. We moeten de verdeeldheid overstijgen en alle werkenden in de vakbonden organiseren, los van hun nationaliteit. De arbeidersbeweging moet ook de verdediging opnemen van wie direct geconfronteerd wordt met de door de regering gesteunde nationalistische propaganda, denk maar aan onderwijspersoneel en journalisten. We moeten ons tenslotte ook organiseren om racistisch en homofoob geweld op straat te stoppen.”