Op zaterdag 12 augustus eindigde een extreemrechts protest in Charlottesville (VS) in een brutale aanslag op tegenbetogers met een dode en tientallen gewonden tot gevolg. In de daaropvolgende dagen waren er in de VS honderden solidariteitsacties tegen fascistisch geweld. Een week later werden enkele tientallen ‘Alt-Right’-betogers in Boston geconfronteerd met een tegenbetoging van 40.000 antifascisten. De neonaziterreur heeft een nieuwe golf van verzet tegen extreemrechts en tegen Trump aangewakkerd.

Artikel door Fabian uit maandblad ‘De Linkse Socialist’

De ‘Unite the Right’-betoging in Charlottesville, Virginia, werd bijgewoond door enkele honderden ‘white nationalists’, aanhangers van de Ku Klux Klan en neonazi’s. Ze waren gewapend met stokken, schilden, nazivlaggen en zelfs machinegeweren. Het voorwendsel voor de actie was protest tegen het besluit van de gemeenteraad om een standbeeld van Robert E. Lee – een 19e eeuwse slaveneigenaar en generaal voor de Confederatie tijdens de Amerikaanse burgeroorlog – te verwijderen.

De echte agenda van de organisatoren bestond er echter uit om de extreemrechtse ‘Alt-Right’-beweging, die voorheen vooral op internet floreerde, op straat te brengen en de basis te leggen voor meer en grotere racistische manifestaties. Tientallen fascistische en ultrarechtse groepen waren er aanwezig: van The Nationalist Front over Identity Evropa tot Vanguard America. Wat ze allen gemeenschappelijk hebben, is het idee de blanke cultuur of ras te moeten verdedigen tegen ‘multiculturalisering’, door sommigen onder hen bestempeld als een Joods complot.

Tussen de hitlergroeten en charges op tegenbetogers werden er antisemitische slogans als “Jews will not replace us” en nazislogans als “Blood and soil” geroepen. Uiteindelijk zou de neonazi James Field met zijn auto op een menigte inrijden met de dood van de antifascistische activiste Heather Heyer en 19 zwaargewonden tot gevolg.

De ‘alt-right’ en Trump

De term ‘Alt-Right’ werd gepopulariseerd door het ultrarechtse Breitbart News, wiens CEO, Steve Bannon, de site “het platform voor Alt-Right” noemde. Krachten die zich als ‘Alt-Right’ identificeren, gooiden zich enthousiast op de campagne voor Trump en bleven hem steeds trouw. Bannon zou later Trump’s campagneleider tijdens de verkiezingen en daarna zelfs topadviseur in zijn kabinet worden. Vandaar ook dat Trump het zo moeilijk had om de extreemrechtse gruwel in Charlottesville te veroordelen. Hij werd verkozen als minst populaire Amerikaanse president ooit, zijn approval rating is er enkel op achteruit gegaan en hij rekent op de actieve steun van extreemrechts en ultrarechtse media om zijn agenda, belastingscadeaus voor de allerrijksten en besparingen voor de rest, te kunnen verhullen achter “America First.”

Trump’s presidentschap is een uitdrukking van de diepe crisis waarin het kapitalisme zich bevindt. De enorme groei van ongelijkheid, besparingen op openbare diensten en precarisering de laatste decennia leidden tot woede en frustratie bij de Amerikaanse bevolking. De traditionele instrumenten van de heersende klasse, zowel de Democratische als Republikeinse partijen, hebben hun krediet verloren. Enkel met een verdeel-en-heersdiscours en gebrek aan een links alternatief in de laatste ronde slaagde Trump erin zich als anti-establishment voor te doen en de verkiezingen te winnen.

Extreemrechts geweld

Terwijl niet alle ‘alt-right’-krachten fascistisch zijn, is het wel steeds meer een middel geworden voor fascistische krachten om zich als respectabel te presenteren. Zo verving de National Socialist Movement, die nauwe banden met Gouden Dageraad in Griekenland claimt, in 2016 de swastika in haar logo door een runeteken om zich gemakkelijker in de ‘ultrarechtse mainstream’ te kunnen integreren.

Trump’s verkiezing heeft extreemrechts nieuw vertrouwen gegeven. Sinds november vorig jaar is er een explosieve stijging van racistisch geweld en acties van extreemrechtse groepen. Zij baseren zich op diens xenofobe discours en beloftes om onder andere nog meer en sneller mensen zonder papieren te deporteren, een muur te bouwen aan de grens met Mexico en geen buitenlandse moslims meer in de VS toe te laten. In de eerste tien dagen na Trump’s verkiezing telde het Southern Poverty Law Center 867 haatmisdrijven, het merendeel uit de hand gelopen vieringen van Trump’s verkiezing.

David Duke, de voormalige ‘Grandwizard’ van de KKK, zei in Charlottesville openlijk: “Wij gaan de beloftes van Trump uitvoeren. Dat is waarom we op hem gestemd hebben. Omdat hij beloofde ons land terug te nemen.”

De mobilisatie in Charlottesville was een uitdrukking van het groeiend zelfvertrouwen van  extreemrechts, ook al bleef het beperkt tot naar eigen zeggen 6.000 aanwezigen. Ondanks het gevaarlijke karakter van enkele duizenden gewapende neonazi’s, blijft dit in verhouding met de miljoenen mensen die tegen Trump betoogden tijdens zijn eedaflegging relatief beperkt.

Directe actie

Het zelfvertrouwen op internet gaat niet gepaard met een grote mobilisatiekracht. Na Charlottesville en de vele antiracistische acties moest alt-right tientallen geplande manifestaties afzeggen. Niettemin is alt-right een direct gevaar voor activisten en minderheden in de VS.

Het geweld in Charlottesville leidt tot felle reacties. Een aantal activisten gaan in de richting van individueel geweld tegen fascisten. Het verdedigen van de beweging tegen gewapende fascisten is essentieel. We kunnen hiervoor niet vertrouwen op de politie of het establishment, de beweging moet de eigen verdediging organiseren met democratische comités.  Dit moet gekaderd worden in het mobiliseren van brede lagen van de bevolking dat extreemrechts effectief kan gestopt worden. Een louter fysiek verweer tegen extreemrechts dreigt de beweging te vervreemden van de meerderheid van de bevolking.

De beweging moet proberen een zo breed mogelijke laag van werkenden en jongeren te verenigen in strijd tegen discriminatie, maar ook tegen het beleid van Trump, elke vorm van uitbuiting en het systeem dat aan de basis hiervan ligt. Een uitstekend voorbeeld is dat van de vakbondscentrale van de Longshore and Warehouse Union in San Francisco die op 26 augustus een staking hield tegen een bijeenkomst van het extreemrechtse Patriot Prayer.

In de nasleep van Charlottesville waren er grote mobilisaties. De kracht van ons aantal gebruiken, is de beste directe actie. Zo kwam een extreemrechtse bijeenkomst in Boston helemaal in de verdrukking omdat de 25 aanwezigen omsingeld werden door maar liefst 40.000 antiracisten. Sindsdien zijn tientallen gelijkaardige manifestaties van extreemrechtse groepen geannuleerd. Het toont dat massale acties efficiënt zijn in de strijd tegen fascisme. Antiracistische actie volstaat op zich echter niet om de groei van extreemrechts te stoppen.

Nood aan een politiek programma

De voedingsbodem voor extreemrechts en rechtse populisten als Trump kan enkel aangepakt worden als we antwoorden bieden op de enorme tekorten in de samenleving: armoede, werkloosheid, onbetaalbaarheid van wonen en de chronische onderfinanciering van onderwijs, infrastructuur en sociale diensten. Het is mogelijk om dergelijke thema’s op te nemen: het grote en lokale protest tegen de hervorming van de gezondheidszorg is er een voorbeeld van. Dit thema ligt ook bijzonder gevoelig onder kiezers van Trump.

Een massabeweging rond sociale eisen kan een deel van de Trump-kiezers bereiken en overwinnen. Om dergelijke eisen te realiseren, moeten de middelen gezocht worden waar ze zitten: bij de superrijken. Daarvoor zal een breuk met het kapitalisme nodig zijn.

Zolang kapitalistische uitbuiting in het winstbelang van een kleine elite bestaat, zullen allerlei vormen van haat en verdeling gebruikt worden om de meerderheid van de bevolking tegen elkaar op te zetten. Enkel een democratische controle over de enorme rijkdom, om deze in te zetten voor de noden van de gemeenschap, kan de voedingsbodem van racisme, seksisme en homofobie wegnemen. “None of us are free until all of us are free.”

 

 

Alt-right in België?

Ook bij ons beginnen ‘alt-right’ ideeën een zekere ingang te vinden. Klassieke extreemrechtse groepen als NSV, Voorpost, … hebben het moeilijk om nog te mobiliseren buiten hetzelfde kringetje van marginalen. Op internet lijkt er meer te gebeuren: extreemrechtse trollen vinden elkaar over de grenzen van verschillende groepen heen.

In een poging om Breitbart te kopiëren, richtten enkele KVHV’ers de ultrarechtse propagandasite Sceptr op. Dat blijft voorlopig nog een marginaal fenomeen. Het vertrouwen voor acties zoals in Charlottesville is er nog niet. Maar er is wel een groeiend vertrouwen en dit is een reëel gevaar voor activisten, LGBT+ en mensen van andere origine. Vooral online kwamen er al dreigementen, zoals door voormalig ondervoorzitter van Jong N-VA, Dylan Vandersnickt, die het gezicht van een Comac-studente aan de VUB in een verkrachtingscartoon met “Pepe the frog” – symbool van de Amerikaanse ‘alt-right’ – photoshopte.