Gisteren toonde het Steunpunt Anti-Fascisme de Duitse film ‘Der Kriegerin’ over een groep jonge neonazi’s in Duitsland. De film doet denken aan ‘American History X’ en wordt onder Duitse scholieren getoond om te waarschuwen voor het gevaar van neonazi’s. De maatschappelijke context, van een sociale ramp in Oost-Duitsland na de hereniging, komt jammer genoeg niet aan bod. Na de film volgde een discussie die ingeleid werd door Geert Cool van Blokbuster. Hieronder de grote lijnen van die inleiding verder uitgewerkt in een artikel.

 

Vorige week werden twee mensen vermoord in Portland, VS, door een extremist die opmerkingen maakte tegen een moslima op de trein. Drie mannen kwamen tussen, twee ervan werden neergestoken. De extremist in kwestie keek op naar Timothy McVeigh, de neonazi terrorist die in 1995 verantwoordelijk was voor een erg bloedige aanslag in Oklahoma met 168 doden. Vorige week raakte bekend dat Franse neonazi’s een boot willen aankopen om hulpoperaties voor bootvluchtelingen op de Middellandse Zee te verstoren. Deze groep, ‘Génération Identitaire’, wilde na de aanslagen in ons land in maart 2016 provoceren in Molenbeek, maar dat ging uiteindelijk niet door.

Het zijn twee voorbeelden op een week tijd die duidelijk maken dat het gevaar van neonazisme niet is verdwenen. Uiteraard is er vandaag vooral aandacht voor reactionaire rechtse partijen en figuren die onderhuids racisme naar de oppervlakte brengen en aanvaardbaar maken. Trump probeert een inreisverbod voor mensen uit zeven moslimlanden in te voeren, een uitreisverbod voor Amerikaanse wapens en soldaten naar die landen zit er niet in. Dichter bij huis komt de N-VA onder Theo Trump Francken met een retoriek en beleid die het voor Dewinter moeilijk maken om nog op te vallen. Die rechtse politici zijn een gevaar voor migranten, maar evengoed voor gewone werkenden en jongeren. Hun racisme is de keerzijde van de neoliberale besparingsmedaille: verdelen om te heersen.

Mainstream racisme creëert een grotere ruimte voor meer direct racistisch geweld en neonazi’s. We spreken over neonazi’s en niet over nazi’s omdat ze vandaag zo geïsoleerd staan in de samenleving. Het fascisme was een massabeweging die kon mobiliseren en op straat de strijd tegen de arbeidersbeweging aanging. Vandaag is dat niet het geval: nu zijn het hoogstens kleine geïsoleerde groepjes die echter wel gevaarlijk zijn. Om het gevaar correct in te schatten, moeten we een onderscheid maken en dat ook in onze terminologie duidelijk maken. Geïnstitutionaliseerd racisme door gevestigde politici en hun media maken het voor neonazi’s mogelijk om hun isolement een beetje te doorbreken.

Neonazisme kan een ingang vinden op de puinhopen van dit systeem. Vervreemding van de samenleving uit zich op verschillende manieren. Als er geen voldoende sterk collectief alternatief wordt gezien, is er meer ruimte voor individuele schijnbare alternatieven. Dit geldt niet alleen voor die jongeren die misleid worden door terreurgroepen in grote steden als Brussel of Londen, maar ook voor neonazi’s. De grote groei van neonazigroeperingen in Oost-Duitsland in de jaren 1990 kan niet louter verklaard worden door organisatorische aspecten, het was een gevolg van de sociale crisis in die regio’s gecombineerd met een afwezigheid van een goed georganiseerde arbeidersbeweging die op offensieve wijze een alternatief naar voor schoof. Tot op vandaag heeft dit gevolgen met een groot aantal neonazi’s en meer haatmisdaden: in 2015 waren er 1.031 misdaden tegen asielcentra, daarnaast waren er 1.295 gevallen van racistisch geweld bekend. Jarenlang was er ook terreur door de NSU, de Nationaalsocialistische Ondergrondse. Tussen 2000 en 2006 waren die verantwoordelijk voor minstens 10 doden.

In een opiniestuk op Knack zegt auteur Tom Naegels dat “wie radicalisering onder moslims bekampt, trapt in dezelfde val als wie zich verzette tegen het Vlaams Blok.” Volgens Naegels was de retoriek van ‘superieure waarden’ destijds ook aanwezig in de antiracismebeweging. Hij heeft een punt: gevestigde politici hadden het over mestkevers en zo. Maar antirascisme beperken tot een moreel gegeven, is wel erg eng. Als we efficiënt willen zijn, moeten we nagaan waarom fenomenen plaatsvinden en kunnen groeien om vervolgens de voedingsbodem ervan te kunnen aanpakken. Als we racisme willen begrijpen zonder te kijken naar de samenleving waarin dit voorkomt, is het alsof we een schaduw willen begrijpen zonder te kijken naar het voorwerp dat de schaduw afwerpt. Een goed voorbeeld van een betere benadering is die van Corbyn rond terrorisme: hij merkt terecht op dat een beleid van sociale ongelijkheid en oorlogen ons geen veiligheid zal brengen. Dat gaat een pak verder dan een morele veroordeling, het omvat een begin van antwoord en alternatief.

Het debat over welke antiracistische strategie is evenmin gesloten. Er zijn meningsverschillen en die mogen er gerust zijn. Het uitgangspunt van Blokbuster is dat reactionair rechts een obstakel is voor een sterke en eengemaakte arbeidersbeweging, de kracht die in staat is om tot maatschappijverandering te komen. Tegenover uitingen van extreemrechts reageren we het best met mobilisatie die een grotere betrokkenheid beoogt en op kleine schaal in de praktijk de kwestie van eenheid van de onderdrukten naar voor brengt rond eisen die de aspiraties van die 99% duidelijk maken: jobs, huisvesting, diensten, …

In België is het neonazimilieu relatief klein, maar het is er nog altijd. Als hun zelfvertrouwen groeit, aarzelen neonazi’s niet om een stap verder te gaan met straatgeweld. Dat hebben we meermaals ondervonden: in 1996-97 in Brugge was er een poging om Blokbuster en andere linkse activisten fysiek te stoppen. Het ging van intimidatie voor vergaderingen tot een fysieke raid op een actie tegen de rol van Shell in Nigeria. Het geweld werd toen gestopt met een nationale campagne tegen fascistisch geweld. De druk van die campagne op de voortrekkers van de neonazi’s werd groot waardoor bij één van hen de stoppen doorsloeg: hij plaatste een granaat aan zijn eigen huis en pleegde een ‘mislukte’ aanslag op zichzelf om ons te beschuldigen. Mobilisatie stopte het geweld, maar zelfs bij de betoging tegen het fascistisch geweld was er een kleine tegenactie van onder meer het Odal actiecomité van Chris Berteryan die vandaag nog altijd actief is in neonazikringen (na een jarenlang verblijf in de gevangenis wegens criminele feiten). Recenter was er in 2009 een voorbeeld van een groep neonazi’s die gemaskerd een vergadering van de Actief Linkse Studenten aan de Universiteit Antwerpen aanvielen en dit op voorhand hadden aangekondigd. Gelukkig konden we ons verdedigen waardoor ze niet door onze linie geraakten waarna de politie tussenkwam – waarom de komst van die gemaskerde groep niet verhinderd werd, is nog altijd niet duidelijk.

Op 1 mei van dit jaar kwamen diverse neonazi’s uit ons land samen in Antwerpen: ze waren met een 50-tal op het Conscienceplein. Van de Franstalige groep Nation, bekend van het in elkaar stampen van een dakloze op het Luxemburgplein in 2015, over het N-SA van ex-VMO’er Eddy Hermy tot de Autonome Nationalisten. Dit is een beperkt aantal, maar het is de eerste keer sinds enige jaren dat neonazi’s een toegelaten actie kunnen houden op 1 mei. In andere steden werd dit de voorbije jaren verboden, in Antwerpen niet. Eerder hielden ze bijeenkomsten die publiek aangekondigd werden en dit op de Grote Markt, in café De Bengel. Als hier niet tegen gereageerd wordt, is het gevaar van nieuwe escalaties van neonazistisch geweld niet uitgesloten. Hoe reageren? De recent overleden ABVV-voorman van de Boelwerf, René Stroobants, gaf in 1997 een voorbeeld: het Vlaams Blok wilde in Temse een 1 mei activiteit houden. Stroobants zei op de lokale televisie dat hij 10.000 tegenbetogers op de been zou brengen en dat het Blok Temse niet zou inkomen. Het Blok moest annuleren. Zo’n mobilisatie is vandaag misschien niet evident, maar laat ons bouwen zodat het wel evident wordt.

Laten we alle kansen aangrijpen om te bouwen aan een sterkere beweging tegen racisme en alle vormen van verdeeldheid: het protest tegen de komst van Trump was groot en levendig, er is een groeiende bereidheid tot actie tegen seksisme, er wordt gezocht naar antwoorden op de verdeeldheid van rechtse politici als Francken en co. Doorheen actie kunnen we de discussie aangaan over hoe we het protest kunnen aangrijpen om niet alleen duidelijk te maken waar we tegen zijn, maar ook welke alternatieven er zijn. Dit zal de beweging versterken en richting geven om tot overwinningen te komen: een wereld zonder oorlogen, ellende, honger waardoor er ook geen voedingsbodem meer is voor haat, terreur en geweld.