‘Chez nous’ is een Belgische film die handelt over de snelle opgang van een jonge verpleegster in de ‘RNP’ (Rassembelement National Populaire), een fictief Front National zoals dit in de verbeelding van filmmaker Lucas Belvaux eruit ziet. Hij haalde hiervoor inspiratie bij extreemrechts in zowel België als Frankrijk. De film beschrijft onder meer de banden tussen deze partij en paramilitaire groepjes neonazi’s en er wordt ook ingegaan op de methoden waarmee extreemrechtse militanten een bredere steun proberen te verwerven. De film is soms wat karikaturaal, maar heeft als verdienste dat het FN vlak voor de Franse verkiezingen met de campagne van Marine Le Pen opnieuw ‘gediaboliseerd’ wordt.

Door Brune (Brussel)

Hoofdpersonage Pauline is een verpleegster die pendelt tussen Lens en Rijsel. Ze is een alleenstaande moeder met twee kinderen die bovendien de tijd moet vinden om haar gepensioneerde vader (een vroegere metallo en syndicalist bij de CGT) te verzorgen. Pauline is erg toegewijd, vrijgevig en alle patiënten rekenen op haar. De leiders van de RNP van Agnès Dorgelle (een verwijzing naar Léon Degrelle, de Waalse fascistische leider uit de jaren 1930) willen gebruik maken van haar populariteit door haar als kandidaat te lanceren in de gemeenteraadsverkiezingen in Hénart (een verzonnen naam die verwijst naar Hénin-Beaumont, de gemeente waar het FN in 2014 in de eerste ronde de overwinning al binnenhaalde).

De dokter van de familie, Berthier (gespeeld door André Dussolier), neemt de rol van mentor in de partij voor zijn rekening. Doorheen de film wordt duidelijk dat Berthier banden onderhoudt met verschillende neonazistische groepen in Europa en elders. Meer nog: hij financiert dergelijke groepen.

Het hoofdpersonage ontmoet op het begin van de film haar vroegere jeugdliefde, Stankowiak. Ze negeert het feit dat hij een neonazi is die voorheen bij het ‘Bloc Patriotique’ was, een groep die als slogan “Mijn volk, mijn land” heeft en als logo een leeuw op een gele achtergrond, evidente verwijzingen naar het Vlaams Belang. Hun relatie is een belangrijke verhaallijn doorheen de film. Deze relatie dwingt Pauline tot een keuze tussen de politiek en de liefde, Stankowiak vormt immers een probleem voor de campagne van Dorgelle die zich wil ontdoen van die oude neonazistische elementen.

Met haar kandidatuur gaat Pauline regelrecht in tegen haar vader (communist en syndicalist bij de CGT) en tegen haar linkse vrienden. Ze neemt tegelijk openlijk racistische standpunten in die aangeven dat racisme jammer genoeg sterk aanwezig is in de Franse samenleving.

Een van de sterkste punten in de film is hoe er wordt ingegaan op het belang dat de jonge vrouw heeft om zich kandidaat te stellen. Ze is ervan overtuigd dat ze door aan politiek te doen dingen kan veranderen. Ze doet dit omdat ze geen tijd voor zichzelf heeft omdat ze teveel moet werken, omdat het erg moeilijk is, omdat haar dorp leeggelopen is met uitzondering van de ‘Arabieren van om de hoek’, omdat de industrie verdwenen is, omdat de werkloosheid enkel maar toeneemt, … Dit gevoel van diepgaande afkeer tegen de samenleving leidt tot de kandidatuur van Pauline voor de RNP, zelfs indien ze niet grondig heeft nagedacht over het programma van de partij.

Het geeft goed aan hoe extreemrechts kan groeien: op basis van de sociale problemen die erger worden door de economische crisis, de lawine aan besparingsmaatregelen en de desindustrialisering. Extreemrechts probeert zich voor te doen als een alternatief op het asociale beleid en stelt zich voor als tegenstander van het ultraliberalisme (waarvoor het enkele jaren geleden zelf nog uitdrukkelijk campagne voerde). Dit nieuwe gezicht van extreemrechts laat het toe om makkelijker ingang te vinden in voormalige bastions van de Franse PCF, de vroegere arbeiderswijken in het noorden van Frankrijk die hard getroffen zijn door de desindustrialisering.

Zowel in de film als in de realiteit probeert extreemrechts zichzelf een meer aanvaardbaar imago aan te meten waarbij de ‘verdeel-en-heerspolitiek’ wat beter verborgen wordt. De partij wil de tekorten op vlak van huisvesting, werk, … niet aanpakken: ze wil deze enkel anders verdelen, zonder aan de belangen van de rijken en de bazen te raken, maar door zondebokken aan te wijzen. De migranten worden tegenover de “goede Fransen” gezet.

De scène van een ‘politieke vorming’ van militanten is veelzeggend: de spreker legt uit waarom het belangrijk is om geen openlijk racistische termen te gebruiken, maar eerder woorden als “fundamentalisten”,” terroristen,” … De partij probeert zich een deftiger imago aan te meten. In deze scène wordt ook gewezen op het belang van de verspreiding van angst via sociale media. Extreemrechts leidt de aandacht af en heeft geen enkel antwoord op de reële oorzaken van racisme.

De film toont duidelijk het gevaar van het Front National aan. Zelfs indien het FN zich ‘aanvaardbaarder’ voordoet, blijft het een bron van haat en verdeeldheid, van racisme, seksisme en homofobie. Achter de façade vinden we decennia van banden met gewelddadige groepen, die zoals de film aantoont niet aarzelen om zich fysiek te richten tegen migranten en jongeren. Daarbij stellen ze zich voor als de ‘beschermers’ van ‘de goede Fransen.’

Wat helemaal afwezig is in de film, is het alternatief. De filmmaker brengt wel beelden van betogingen met slogans als “Eerste, tweede, derde generatie, we zijn allemaal kinderen van migratie” of nog “Verzet.” Maar de film beschrijft niet wat een alternatief kan zijn voor een regio met sociale problemen. De film klaagt vooral aan, zonder een antwoord te bieden. Jammer.

Met de sterke scores van het Front National in de peilingen voor de Franse presidentsverkiezingen, is het duidelijk dat mobilisatie noodzakelijk blijft. Strijd tegen racisme en tegen extreemrechts blijft meer dan ooit nodig!