Foto: Flickr/95213174@N08

Net als in andere Europese landen, lijken de verkiezingen in Nederland in maart a.s. een keuze te zijn tussen het “gewone” rechts van de VVD (Liberalen) en de uiterst rechtse partij van Geert Wilders. De “Partij van de Vrijheid” van Wilders (met 29 zetels in het parlement van 150 zetels in de peilingen) zou gemakkelijk de grootste partij kunnen worden. De VVD (27 zetels voorspeld) is de andere grote deelnemer. Grote verliezen worden voorspeld voor de PvdA (de sociaaldemocratische partij, van 38 zetels naar 11!), op dit moment in een coalitie met de VVD in een bezuinigingskabinet voor de afgelopen vier jaar.

Analyse door Pieter Brans, Socialistisch Alternatief (Amsterdam)

De cruciale factor is het ontbreken van vertegenwoordiging van de arbeidersklasse. Zoals Benjamin Franklin zei: “democratie is twee wolven en een lam die besluiten wat er voor de lunch gegeten moet worden.” Het doel van socialisten is om dat lam in een leeuw te veranderen door organisatie en door het te trainen voor de strijd. Maar daar komen we later op terug. Hoe is deze situatie tot stand gekomen?

Het verslaan van de kracht van de arbeidersklasse was het belangrijkste doel van de kapitalistische strategie sinds het eind van de jaren zeventig. Tien jaar later waren de organisaties van de arbeidersklasse een heel eind terug gedrongen. De weg was open voor de vrije markt, het neoliberalisme van de jaren negentig. Maar aan het einde van de jaren negentig was protest in opkomst, ondanks het verlies van de sociaaldemocratische partijen als massapartijen van de arbeidersklasse en ondanks het verlies van de vakbonden als strijdorganisaties.

Acties tegen de G8-bijeenkomsten in Seattle en Genua kregen veel steun. Het vakbondsprotest was op een laag niveau, maar het potentieel voor massaal verzet bleef, zoals het massale vakbondsprotest in 2004 duidelijk maakte. De strategen van het kapitalisme besloten dat ze de organisaties van de arbeidersklasse wel een klap hadden gegeven, maar dat de kracht van de arbeidersklasse ongebroken bleef.

Rechtse hulptroepen voor het kapitalisme

Hun oplossing was om hulptroepen voor het kapitalisme in het leven te roepen. De loper werd uitgerold voor rechtse en racistische organisaties. In Nederland waren dit de dagen dat rechtse politici zoals Pim Fortuyn en partijen zoals de LPF (Lijst Pim Fortuyn) uit de la werden getrokken. De moord op Pim Fortuyn gaf de LPF 27 zetels bij de verkiezingen in 2002.

Dit soort partijen organiseerde rechts beter dan de gewone rechtse partijen en ze boden een politieke haven aan teleurgestelde secties arbeiders die veel verloren hadden door de globalisering. Natuurlijk werden deze nieuwe hulptroepen voor het kapitalisme gebruikt om af te rekenen met wat er over was van de sociaaldemocratie in die dagen. De nieuwe rechtse partijen begonnen de ontevredenheid over de globalisering te monopoliseren door de “elite” de schuld te geven.

Deze hulptroepen werden na de eeuwwisseling behoorlijk effectief. Links werd nog verder teruggedrongen. De vakbonden bleven passief en de SP werd, ondanks groeiend succes in de jaren 1990, nooit een massafactor, deels omdat veel kiezers die zich die kant op begaven, nu naar de rechtse partijen gingen. Linkse actiegroepen en andere protestorganisaties werden naar de marges van de samenleving gedrukt. Zelfs de enkele republikein die op Koningsdag demonstreerde, werd opgepakt. Als het ongenoegen niet leidt tot collectief verzet, groeit de ruimte voor allerlei individuele ‘oplossingen’ zoals racisme.

Op deze manier slaagde de bourgeoisie er in om het succes van rechts voort te zetten toen de eerste golf van neoliberalisme rond het jaar 2000 was uitgewerkt. Eén van de gevolgen is dat er in de komende verkiezingen een wildgroei is van rechtse partijen. Zij proberen allemaal op de verrechtsing in te spelen en een paar zetels in het parlement in de wacht te slepen. Nationale trots, “Nederland eerst” zijn de thema’s van deze partijen met de bekende rechtse stokpaardjes.

Op dit moment is de klasse van kapitalisten in Nederland geschokt door het succes van deze hulptroepen. Eerst was er de uitslag van het Oekraïne-referendum in Nederland, waarbij de meerderheid stemde tegen het EU-verdrag met dat land. Toen volgde de uitslag van het Brexit-referendum. Engeland was hun “natuurlijke” neoliberale bondgenoot tegenover landen als Duitsland en Frankrijk, waar staatsinterventie populairder was (het continentale kapitalistische model) onder druk van een sterkere arbeidersklasse. Verder voelden ze de schok van de verkiezing van Trump in de VS. Hun hulptroepen aan de rechterkant, Geert Wilders en de PVV, dreigden een politieke macht te krijgen die ze onwenselijk vonden.

Tegelijkertijd zijn de kapitalisten geconfronteerd met de negatieve consequenties van hun onstuitbare neoliberale maatregelen: in Nederland hebben bedrijven nu zoveel mensen op flexibele contracten in dienst dat er te weinig betrouwbare kernarbeiders zijn om de productie aan de gang te houden. In de gezondheidszorg hebben farmaceutische en verzekeringsbedrijven nu een zo ongelimiteerde macht dat ze het hele systeem bedreigen. De huizenmarkt strompelt van de ene bubbel naar de andere en arbeiders hebben veel tijd nodig om op hun werk te komen door het verkeer. Ernstige en dure vergissingen, zoals het overinvesteren in kolencentrales (elk energiebedrijf voor zichzelf) hangen als molenstenen om de nek van de energiebedrijven. Tienduizenden werkers zijn nodig in de bejaardenzorg maar de bezuinigingen zijn zo diep geweest dat niemand daar nog wil werken. De Belastingdienst is dermate uitgedund dat het binnenhalen van belastinggeld moeilijk is geworden.

De PVV is een racistische partij

De PVV is een racistische partij, die openlijk opriep tot “minder Marokkanen” bij de gemeenteraadsverkiezingen. Wilders is veroordeeld maar het proces heeft hem veel gratis publiciteit gegeven. Hij “erkent” de rechtbank niet. Hij vindt dat de rechters PVV-haters zijn en gaat in beroep. Dat zal hem in de verkiezingscampagne extra publiciteit opleveren. Het netto-effect van Wilders op mensen is dat zij opgesloten in woede voor hun TV-schermen en smartphones blijven hangen: passief en gefrustreerd. Dit werkt zo sterk dat het voor Wilders zelfs moeilijk is om zijn kiezers naar het stembureau te krijgen. Maar het is bijna zeker dat zijn partij als de grootste partij uit de bus zal komen bij de komende verkiezingen.

Maar op dit moment is in de politiek en de media een tegenoffensief op gang gekomen. Trump wordt dagelijks afgekraakt en racistische uitlatingen worden in sommige kranten en TV-programma’s steeds meer bekritiseerd. Er verschijnen meer negatieve artikelen over de PVV. Rutte heeft meeregeren van de PVV zelfs uitgesloten. De bourgeoisie is ervan overtuigd dat rechtse populisten hun plaats moeten weten. Racistische en nationalistische partijen zijn OK als helpers om links klein te houden, maar ze moeten de politiek niet gaan domineren. De bourgeoisie realiseert zich dat als hun invloed blijft groeien de resultaten contraproductief zullen zijn. Als de vrije markt in de EU beschadigd raakt, betekent dat schade voor de Nederlandse export (50% van het BNP). Dan gaat het geld kosten. Maar de geest is uit de fles en het wordt voor de burgerij stilaan onmogelijk om de politieke stabiliteit te herstellen.

De huidige situatie moet niet worden verward met fascisme of de opkomst daarvan. Fascisme is de vernietiging van de organisaties van de arbeidersklasse als gevolg van de stormram van fascistische organisaties in een situatie van extreme crisis. Het kapitalisme kan dan alleen overleven door de macht aan de fascisten te geven.

In de huidige situatie is de arbeidersklasse een lange serie van verzwakkingen ondergaan en de organisaties van de arbeidersklasse zijn naar de achtergrond gedrongen. Maar de arbeidersklasse kende geen ernstige en demoraliserende nederlagen. De objectieve kracht van de arbeiders in de samenleving, de macht van het getal, is overweldigend. De arbeidersklasse is alleen verzwakt op het subjectieve vlak: op het gebied van zelfbewustzijn, organisatie en programma. Het zal veel inspanning en ook een zekere tijd vergen om die subjectieve kracht weer op te bouwen, maar het is mogelijk. Dat is een fundamenteel verschil tussen de huidige tijd en de jaren dertig.

De meest waarschijnlijke uitkomst van de verkiezingen in maart is een grote Partij voor de Vrijheid, een complete nederlaag voor de PvdA en een kleinere nederlaag voor de VVD van premier Rutte. Zoals de VVD heeft aangegeven, gaat Rutte niet met Wilders regeren en komt er waarschijnlijk een poging om een bezuinigingsregering te vormen met een ingewikkelde coalitie van tot vijf partijen. De opkomst van het rechtse populisme beperkt de opties. Als een coalitie met meerdere partijen niet lukt, val een coalitie met de PVV misschien niet meer uit te sluiten. Premier Rutte heeft eerder verkiezingsbeloften gebroken…

Verzet van SP en vakbonden niet effectief genoeg

De afgelopen jaren heeft de vakbondsleiding een sociaal akkoord gesloten met het kabinet van liberalen en sociaaldemocraten. Er is een grote reorganisatie doorgevoerd. Beide factoren hebben een rem gezet op de strijdbaarheid van de bonden, hoewel het absoluut een feit is dat er door actie successen zijn geboekt op het gebied van minimum jeugdlonen en collectieve arbeidsovereenkomsten. Maar de net gekozen voorzitter van de FNV, net als de vorige, komt uit de hoek van de politiebonden. Met alle respect voor het vakbondswerk in deze sector, moet toch gezegd worden dat de voorzitters van deze bonden de FNV niet naar links trekken.

De Socialistische Partij scoort een magere 12 zetels in de peilingen, 3 zetels minder dan ze nu hebben. De deelname van de SP aan lokale besturen, samen met bezuinigingspartijen is een obstakel om op het landelijk vlak het vertrouwen te winnen. In de media wordt de SP onterecht neergezet als een linkse variant van het “populisme”. Bij de vorige landelijke verkiezingen werd een overwinning van de SP (37 zetels in de peilingen!) op het laatste moment onderuit gehaald door de media en de PvdA: teleurstelling in de SP is helaas een factor onder kiezers. Bij afwezigheid van een brede democratische partij die de belangen van de arbeiders vertegenwoordigt, is de SP de beste keuze. De SP heeft een sterke positie bij het bestrijden van bezuinigingen in de zorg, wil de pensioenleeftijd terugbrengen naar 65 en is voorstander van hogere lonen: al deze dingen zijn broodnodig op dit moment.

Na jaren van bezuinigingen en sociale kaalslag, groeien 400.000 kinderen op in armoede. De gemeente Amsterdam heeft speciale begrafenissen voor mensen die stierven in eenzaamheid, zonder familie of vrienden. Het aantal werklozen is boven de 400.000. Een miljoen mensen is “zelfstandig ondernemer”. Dat betekent dat zij in de meeste gevallen werken voor stuklonen of dagwerk, zoals in de oude dagen van het kapitalisme…Als de uitkomst van de verkiezingen een sterker platform voor racisten is en het voortzetten van de bezuinigingen, dan is duidelijk dat alleen sterk verzet van onderaf een einde kan gaan maken aan deze situatie van machteloosheid.

De kapitalistenklasse probeert misschien het wijdverbreide racisme in de komende periode iets in te perken. Het is mogelijk dat ze kleine hervormingen toestaan, zoals beperkte loonsverhogingen die de economie een beetje helpen, of verzekeringsregelingen voor de “zelfstandige ondernemers” (ZZP’ers). Een morele strijd tegen racisme en discriminatie kan voor de burgerij behulpzaam zijn in de huidige omstandigheden, maar het zal de arbeidersklasse niet helpen. Alleen onafhankelijke strijd en organisatie, alleen strijdbare vakbondsmacht en een brede arbeiderspartij kunnen ervoor zorgen dat hun belangen worden gerespecteerd. De arbeidersklasse moet laten zien dat het een onafhankelijk socialistisch alternatief heeft voor de blijvende rotzooi van het kapitalisme.